Beschrijving van het ras Beauceron
De Beauceron stamt uit Frankrijk en behoort tot de rasgroep Herdershonden
en Veedrijvers. De Beauceron werd vroeger gebruikt voor het hoeden en
het drijven van kudden schapen of ander vee. In Nederland wordt het
ras op beperkte schaal gefokt. De Beauceron is een hond die in Nederland
geen grote populatie kent en nog niet zo'n grote bekendheid geniet.
Het uiterlijk van de Beauceron is als volgt te omschrijven:
Een hond van groot formaat, stevig, rustiek, fors, goed gebouwd en gespierd,
zonder plomp te zijn.

De Beauceron moet een duidelijke herdershondenuitdrukking hebben. Het
hoofd is bepalend voor het beeld van het ras. Een goed besneden hoofd
, hoogaangezette, niet te grote, vlak liggende, beweeglijke oren, een
geringe stop, een donker kastanjebruin oog, gesloten en droge lippen,
een zwarte neus en een compleet schaargebit zijn daarvan de belangrijkste
onderdelen. De bouw van de "Berger de Beauce" is die van een
middellange hond, dat wil zeggen harmonisch gebouwd zonder overdrijving.
De lengte van het lichaam moet langer zijn dan de schofthoogte. De hals
moet gespierd en vloeiend overgaan in de schouders, het hoofd moet fier
worden gedragen. De staart behoort laag en in de vorm van een J te worden
gedragen. De Beauceron heeft zogenaamd stokhaar, de vacht is hard en
kort, vaak licht golvend, met onder het dekhaar een zeer korte ondervacht,
fijn, dicht en zacht en bij voorkeur muisgrijs. Er is een mooie, stevige
ronde en gesloten voet vereist. De meest voorkomende kleur is black
en tan. Ook komt de arlequin (zwart, grijs en roestbruin) soms voor.
Als bijzonder kenmerk hebben deze honden aan de achterpoten 6 tenen

(een dubbele hubertusklauw = twee van elkaar gescheiden "duimen").
De reuen variëren wat maat betreft van 65 tot en met 70 cm, de
teven van 61 tot en met 68 cm.
De Beauceron is te omschrijven als een attente en intelligente Franse
herdershond met een gemiddeld temperament. De hond moet rust en openheid
uitstralen. De ideale hond is te omschrijven als een hond die geen nervositeit,
angst of agressie kent (het zijn verstandige, moedige honden die een
grote mate van oplettendheid bezitten).
Een bepaalde mate van eigenzinnigheid of stugheid is de Beauceron echter
niet vreemd. Hij kan zich gereserveerd opstellen, maar bezit desondanks
een grote dosis zelfverzekerdheid in combinatie met een prima herstelvermogen,
een gemiddelde hardheid en een goed ontwikkeld doorzettingsvermogen
(angst, agressie en overdreven wantrouwen zijn taboe voor een Beauceron.)
Een plezierige eigenschap van de Beauceron is zijn baasgerichtheid.
Voor de signalen van de baas vertonen ze zich vaak heel gevoelig.
Natuurlijk voldoet niet elke Beauceron aan het hierboven omschreven
ideaalbeeld. Echter de Beauceronclub Nederland doet er alles aan om
de rasstandaard en de daarbij behorende eigenschappen zo goed mogelijk
te waarborgen door het hanteren van een streng fokbeleid.
Onderstaand vindt u puntsgewijs een korte samenvatting:
Uiterlijk: