Rasbeschrijving Västgötaspets
Land van oorsprong :
Zweden
Algemene verschijning:
Een kleine, krachtige en dicht bij de
grond staande hond met een tamelijk lange rug. Verschijning en uitdrukking
wijzen op een waakzame, alerte en energieke hond.

Hoofd :
Het hoofd moet tamelijk lang zijn en scherp omlijnd met
een bijna vlakke schedel en goede duidelijke stop. Het moet, van boven
gezien, zich gelijkmatig wigvormig tonen van schedel tot punt van de
neus. De snuit moet, van opzij gezien, enigszins vierkant tonen. De
snuit moet iets korter zijn dan de schedel. Stevig gesloten lippen.
Neuskleur gitzwart.
Ogen:
Ogen van gemiddelde grootte, ovaal van vorm en zeer donker
bruin.
Oren:
Oren van gemiddelde grootte, rechtopstaand, puntig en
de oorhuid moet vanaf de basis tot aan de punt stevig zijn, glad behaard
en de hond moet goed gebruik maken van zijn oren.
Hals:
De hals moet lang zijn, sterk gespierd en goed gestrekt.
Voorhand:
De schouderbladen moeten lang zijn en met een hoek
van 45 graden tot het horizontale vlak. De opperarm moet iets korter
zijn dan het schouderblad en onder een rechte hoek staan. Het moet dicht
bij de ribben geplaatst zijn maar toch zeer beweeglijk. De voorarm moet,
van voren gezien, iets gebogen zijn, precies genoeg om de voorarm de
volle bewegingsvrijheid te geven tot de onderzijde van de borst; van
opzij gezien moet hij volkomen recht zijn. De benen moeten goed bot
hebben.
Lichaam:
De rug moet horizontaal zijn, goed gespierd en met
korte lendenen. De borst moet lang en van goede diepte zijn. Goed sterk
gebogen ribben. Van de voorzijde gezien, moet de borst ei-vormig zijn,
en van opzij gezien elliptisch. Hij moet 2/5 deel van de lengte van
de voorarm zijn, en van opzij gezien moet het laagste punt van de borst
onmiddellijk achter de achterzijde van het voorbeen liggen. Het borstbeen
moet zichtbaar zijn maar niet overmatig opvallend. Het kruis moet breed
zijn en iets aflopend. De buik iets opgetrokken.
Achterhand :
Goed gehoekte achterbenen, goed gebogen kniegewrichten
en lage spronggewrichten, dijen sterk gespierd. De benen moeten van
goed bot zijn.
Voeten:
Van gemiddelde grootte, kort, ovaal, rechtvooruitstaand
met sterke voetzolen, en voorzien van goede knokkels.
Staart :
De staartlengte mag ten hoogste 4 inches (10 cm) zijn. Hij moet in een
horizontale lijn gedragen worden of mag iets opgeheven als bewijs van
aandacht maar nooit meer dan een rechte hoek ten aanzien van de ruglijn.
Vacht :
Van gemiddelde lengte, grof, dicht en goed aanliggende bovenvacht; een
overvloedige, zacht en wollige ondervacht.
Kleur :
De gewenste kleuren zijn staalgrijs, grijsachtig/bruin, grijsachtig/geel,
roodachtig/geel,of roodachtig/bruin met donkerder haar op de rug, hals
en op beide zijden van het lichaam. Lichter haar van dezelfde kleuren
als boven beschreven, kan voorkomen op de snuit, keel, borst, buik,
broek, voeten en hakken. In plaats van deze lichtere kleuren zijn witte
aftekeningen aanvaardbaar maar nooit meer dan een derde deel van de
totale kleur.
Gewicht en maten :
De ideale schofthoogte is: voor reuen: 13 inches (33 cm); voor teven
12 ¼ inches (31 cm). Het gewicht moet tussen de 18-28 lbs (9-14
kilogr.) bedragen. De verhouding tussen schofthoogte en lengte van het
lichaam moet ongeveer 2 : 3 zijn.
Fouten :
Iedere afwijking van de voorgaande punten moet als een fout beschouwd
worden en de ernst van de fout moet men in de juiste proporties zien.
Bron :
FÉDÉRATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (F.C.I.) SECRETARIAT
GENERAL: 14 rue Léopold II, 6530 THUIN (Belgique)
Bijgewerkt op
24-Jan-2006